Cultuurt biedt rapport aan

23 mei 2019

15 mei jl. heeft de commissie Reeshof Cultuurt, onderdeel van Wijkraad Reeshof, het rapport  "Culturele infrastructuur Reeshof" aangeboden en besproken met de wethouder van cultuur Marcelle Hendrickx en wijkwethouder Oscar Dusschooten. 

0. Samenvatting

Als vervolg op het burgerinitiatief uit 2017 heeft Stichting Wijkraad Reeshof een behoefteonderzoek uitgevoerd naar cultuur in de Reeshof. In vijf rondetafelgesprekken heeft een brede vertegenwoordiging uit het culturele, sociale en onderwijsdomein gezamenlijk kansen in beeld gebracht en richting bepaald. Dit heeft geleid tot de vorming van een plan van aanpak.

Het plan van aanpak is gebaseerd op de ambitie om de 45.000 inwoners van de Reeshof en de stedelijke culturele infrastructuur optimaal op elkaar aan te sluiten én uitdagingen in het culturele, sociale en onderwijsdomein integraal op te pakken. Daarvoor zijn op twee niveaus stapstenen nodig: kleine, laagdrempelige accommodaties in buurten en wijken, en een podium op stadsdeelniveau.

Om cultuur op het niveau van buurt en wijk optimaal vorm te geven, is met name een investering in uren van belang. Een kwartiermaker, cultuurcoach en cultuuraanjager gaan aan de slag met het leggen van verbindingen en het in co-creatie met anderen ontwikkelen van programma. Dit programma vindt, waar nodig, plaats in bestaand vastgoed. Hiertoe worden partnerschappen gesloten.

Voor de stapsteen op stadsdeelniveau is vooral een investering in vastgoed van belang. Een van de opdrachten aan de kwartiermaker is om hiervoor vervolgonderzoek uit te voeren. Toegewerkt wordt naar een situatie waarin een podium wordt gecombineerd met andere functies en waarbij organisatie overstijgend wordt gewerkt. Ook hiertoe worden partnerschappen gesloten.

Het plan van aanpak stelt een organisatiemodel voor om de zachte en harde kant van de culturele infrastructuur met een veelheid aan partners te ontwikkelen. De trekkersrol is voor het uitvoeringscluster. De uitvoerenden worden aangesteld en bijgestaan door CiST/Factorium, Art-Fact en Stichting Wijkraad Reeshof en leggen daaraan verantwoording af. Wijkraad Reeshof belegt de inhoudelijke sturing bij een stuurgroep van vertegenwoordigers uit de diverse domeinen. Gemeente Tilburg bepaalt als subsidiegever de kaders.

Aan Gemeente Tilburg vragen we het volgende:

  • Eenmalige aanvullende subsidie voor Wijkraad Reeshof om een opdracht met een looptijd van 18 maanden te kunnen verstrekken aan een kwartiermaker.

  • Eenmalige aanvullende subsidie aan Art- fact om vier jaar lang een cultuuraanjager (0,4 FTE) aan te kunnen stellen en deze een passend werkbudget mee te kunnen geven.

  • Toe te zien op werkafspraken met Art-fact en CiST/Factorium om cultuuraanjager, cultuurcoach en kwartiermaker samen op te laten trekken. Zij zijn hiertoe in beginsel bereid.

1. Inleiding

In 2017 heeft Reeshof Cultuurt, een commissie van Stichting Wijkraad Reeshof, een inventarisatie uitgevoerd naar de kansen en mogelijkheden voor een cultuurpodium in de Reeshof. Deze inventarisatie is als burgerinitiatief aangeboden aan Gemeente Tilburg. Gemeente Tilburg heeft het initiatief omarmd en middelen vrijgemaakt om het door de initiatiefnemers voorgestelde vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Het vervolgonderzoek had tot doel in kaart te brengen welke specifieke behoefte er in de Reeshof bestaat aan kunst en cultuur. Namens Wijkraad Reeshof heeft Ruud van Eeten, lid van de commissie Reeshof Cultuurt, opgetreden als onbezoldigd kwartiermaker. Hij heeft gesproken met een breed scala aan betrokkenen van binnen en buiten de culturele sector. Voor onderlinge afstemming en om samen richting te kunnen bepalen hebben vervolgens vijf rondetafelgesprekken plaatsgevonden.

De opbrengst van deze gesprekken oversteeg de verwachtingen. Niet alleen bewoners, ook partners uit het onderwijs, welzijnssector en de stedelijke culturele instellingen en steunorganisaties voelen zich zeer betrokken bij cultuur in de Reeshof. Duidelijk werd dat zij cultuur niet zien als iets wat op zichzelf staat, maar als een noodzakelijk onderdeel van de samenleving. Een onderdeel bovendien dat andere maatschappelijke uitdagingen kan helpen aan te pakken.

In deze notitie presenteren we de resultaten van het behoefteonderzoek. Maar gaan we ook meteen een stap verder. De energie die tijdens de rondetafelgesprekken vrijkwam en de concreetheid van de ideeën gaf aanleiding een plan van aanpak op te stellen. Dit plan laat de ambitie zien om aan de slag te gaan en samen te gaan bouwen aan een stadsdeel waarin het goed wonen is. Waar ruimte is voor cultuur, en via cultuur voor ontmoeting, uitwisseling en verbondenheid met de leefomgeving.

De gesprekken zijn niet gericht geweest op de realisatie van een podium, maar op de beste manier om vorm te geven aan een inhoudelijke vraag. De culturele infrastructuur zoals de gesprekspartners deze voor zich zien, kan echter niet zonder podium. Het is een noodzakelijke schakel tussen de 45.000 bewoners en het stedelijke cultuuraanbod en kan een stevige impuls bieden aan cultuurdeelname en aan de groei en bestendiging van culturele initiatieven uit de dertien wijken.

Cultuur is de zuurstof voor een vitale samenleving. Met het podium als kloppend hart en partners uit verschillende domeinen als vitale organen, leggen we een infrastructuur aan die energie laat stromen en doordringt tot in de haarvaten van de samenleving.

2. Opbrengst rondetafelgesprekken

Deelnemers

Voor we het plan van aanpak uit de doeken doen eerst een korte weergave van de vijf rondetafelgesprekken die hebben plaatsgevonden. Vanwege de diversiteit aan deelnemers (zie de bijlage voor een overzicht) is dit meteen een beschrijving van de situatie in de Reeshof anno nu. Vertegenwoordigers uit het onderwijs en maatschappelijke veld waren aanwezig omdat cultuur ook op hun werkveld betrekking heeft. Onderstaande figuur geeft dat schematisch weer.

Iets over de overlap met het sociale domein: cultuur werkt ontmoeting in de hand, draagt bij aan talentontwikkeling, laat kennismaken met andere perspectieven en versterkt de identiteit.
Sociale partners kunnen cultuur daardoor inzetten om te bouwen aan leefbare wijken of bijvoorbeeld jongerenwerk. In het onderwijs speelt cultuureducatie een rol: naar wens in de klas of op locatie in museum, theater of filmhuis. Maar via cultuur zijn ook vaardigheden te ontwikkelen zoals de 21st century skills. De drie domeinen grijpen op allerlei punten in elkaar.

De rondetafelgesprekken waren zo opgezet dat per gesprek een ander domein kon worden uitgelicht. In het eerste gesprek waren initiatiefnemers van cultuur in de Reeshof aan het woord. Tijdens het tweede gesprek stond het raakvlak met jeugd en onderwijs centraal. Het derde gesprek richtte zich op cultuur en het sociale domein en de laatste twee gesprekken zijn vertegenwoordigers van de stedelijke cultuurpodia en steunorganisaties aangesloten. Deze laatste zijn in onderstaande figuur in de binnenring geplaatst; betrokkenen op het niveau van wijk en stadsdeel in de buitenring.

Algemeen

Wat gesprekspartners uit alle drie de domeinen naar voren brachten, is het feit dat de Reeshof een eigen identiteit ontbeert. Het stadsdeel heeft geen lange geschiedenis, is niet vanuit een (dorps)kern gegroeid maar geleidelijk ontstaan. Er zijn geen markante gebouwen of andere eyecatchers. Bewoners van de Reeshof hebben weinig om trots op hun leefomgeving aan te ontlenen.

Niet-bewoners van de Reeshof zien een slaapstad, een deel van de stad zonder eigen gezicht. Vanwege het gebrek aan voorzieningen hebben zij weinig aanleiding er een kijkje te nemen. De ervaren afstand tussen ‘Tilburg’ en de Reeshof is groot. Bewoners van de Reeshof voelen zich over het algemeen Tilburger. Maar worden zij door de rest van de stad ook zo gezien?

Cultuur

Lokale culturele initiatieven

De Reeshof kent een groeiend aantal culturele initiatieven: van buurtcultuur tot slagwerkfestival en van cinema tot werkplaats. Sommige zijn nog pril en kwetsbaar, andere hebben jaren ervaring en vaste grond onder de voeten. Enkele initiatieven, zoals Heyhoef Backstage en de Muzeconcerten, trekken publiek uit Tilburg én daarbuiten. Lokale culturele initiatieven noemen als aandachtspunten voor de ontwikkeling van de culturele infrastructuur:

Netwerkvorming. Men kent elkaar niet of nauwelijks. In samenwerking en afstemming worden grote kansen gezien.

Gezamenlijke communicatie. Vanwege het ontbreken van een centraal ‘kanaal’ is het onderling én voor het publiek lastig om aanbod te vinden.

Professionalisering. Goede faciliteiten, passende accommodatie en centrale regie kunnen een flinke kwaliteitsimpuls betekenen.

Bestendiging. Vrijwel alle wijkinitiatieven draaien op vrijwilligers. Deze worden vanwege het nodige gesleep met apparatuur zwaar belast. Op de lange termijn is dat niet houdbaar.

Betere afstemming vraag en aanbod. In de Reeshof wonen veel jongeren: een derde van alle kinderen en jongeren in Tilburg. Er is nauwelijks aanbod voor hen.

Verbreding. Hangt samen met het vorige punt. Er worden kansen gezien om in samenwerking een breder aanbod te realiseren en een meer divers publiek te bedienen.

Amateurkunst

Er zijn in de Reeshof meerdere aanbieders voor kunstonderwijs. Naast zzp-ers zijn dat onder andere Music’scool, Rewind en LokaalZes. Factorium is de grootste aanbieder. De lesomgeving van deze laatste is verre van ideaal: lokalen van het Beatrix College die ook voor andere vakken worden gebruikt. Een oplossing in samenwerking met onderwijs- en kinderopvangpartners is in de maak. Voor leerlingen zou het bovendien van grote meerwaarde zijn op een podium te kunnen spelen in hun eigen leefomgeving.

Stedelijke culturele instellingen

De Tilburgse podia zien dat het potentiële publiek uit de Reeshof groter is dan degenen die nu van hun aanbod gebruik maken. Mensen wijken regelmatig uit naar de zalen in Breda. Dat is jammer, want zij zouden hun geld ook in Tilburg kunnen uitgeven. Met name voor mensen met minder bewegingsvrijheid, zoals ouderen, vormt de 7 kilometer naar de binnenstad een drempel. Veel jongeren zijn voor vervoer (in de avond) van hun ouders afhankelijk.

De stedelijke culturele instellingen zijn geïnteresseerd de mogelijkheid van een aanvullend podium in de Reeshof te onderzoeken. Ze stellen zich een middenzaal met 350-400 stoelen voor. Een zaal met een dergelijke omvang is er op dit moment niet in Tilburg. Zij zien vanuit hun eigen organisaties kansen hier aanbod voor met name jeugd en ouderen aan te bieden, naast ‘instapprogramma’ voor een algemeen publiek dat kennis laat maken met aanbod en verleidt een volgend kaartje te kopen op één van de locaties in de stad.

Sociaal domein

De Reeshof kent een aantal grote opgaven op het sociale vlak. Er wordt veel jeugdzorg ingekocht en er wordt overlast door jongeren gemeld. Het meest in het oog springt echter de behoefte aan meer ontmoeting, sociale samenhang en saamhorigheid. Buren kennen elkaar niet of nauwelijks. Het ontbreken van laagdrempelige ontmoetingsruimtes en van oude sociale structuren speelt daarin een rol. Omdat de Reeshof is niet vanuit een dorpskern is gegroeid maar planmatig is aangelegd, heeft de gemeenschap zich vanuit het niets moeten vormen.

De volgende aandachtspunten werden genoemd:

  • Wijken. Met name in aandachtswijken zoals de B-buurt en D-buurt willen woningcorporaties en ContourdeTwern werken aan betrokkenheid van bewoners bij hun omgeving en bij elkaar. Cultuur kan daarin een rol vervullen.
  • Jongeren. R-Newt zou cultuur graag vaker als middel inzetten. Dat gaat nu maar zeer beperkt, vanwege het gebrekkige aanbod voor jongeren, de afstand tot de meeste culturele voorzieningen, gebrek aan o.a. werkplaatsen en oefenruimtes en zeer beperkte mankracht.
  • Ouderen. De afstand tot basisfaciliteiten als supermarkten is in de Reeshof vaak erg groot. De afstand tot ontmoetingsruimtes en cultuur nog groter. Met het toenemend aantal ouderen in de Reeshof is dit een punt van zorg. Vereenzaming ligt op de loer.

    In een aantal zaken worden goede kansen gezien:

    • Factorium, Bibliotheek en ContourdeTwern zijn gestart met gezamenlijke programma’s. Samen met Stoute Schoenen bieden ze bijvoorbeeld ruimte aan talentontwikkeling voor ouderen. Met R-Newt en Hall of Fame ontwikkelt Factorium urban aanbod. De betrokken partijen geven graag een vervolg aan deze domeinoverschrijdende samenwerking. Meerdere plekken of podia verspreid over de wijken helpen een breed publiek te bereiken.
    • Reeshof&Co is een nieuw initiatief dat de Reeshof intrekt om bewoners te enthousiasmeren voor buurtinitiatieven. Deze zijn niet specifiek op cultuur gericht, maar het netwerk dat Reeshof&Co opbouwt, kan helpen culturele projecten van de grond te krijgen.

    Betrokken partijen zijn enthousiast over cultuur als middel in de directe leefomgeving van bewoners. Zij denken vooral aan actieve cultuurparticipatie: deelnemers zelf laten ontwikkelen en maken, en zo via cultuur ook ontmoeting, kennismaking en netwerkvorming een boost geven.

    Onderwijs

    Scholen spreken de behoefte uit om meer cultuur, met name cultuur uit de directe omgeving, een plek te geven in het onderwijsprogramma. Er zijn nauwelijks culturele wijkproducties waarmee een link naar het onderwijs te leggen is. Bezoek aan culturele instellingen is omslachtig: scholieren gaan dan per trein of bus naar de binnenstad. De aanwezigen vanuit het onderwijs spreken een sterke wil uit om cultuur en onderwijs dichter bij elkaar te brengen.

    Een aantal zaken is al opgepakt. Een pilot met cultuurcoaches in Tilburg staat op het punt van beginnen. Eén van de coaches heeft als aandachtsgebied de Reeshof. Hij of zij gaat een verbindende rol spelen tussen het onderwijs (nadruk op primair onderwijs) en cultuuraanbieders. CiST (Cultuur in School Tilburg) kan hierin ook een rol vervullen. CiST, Theaters Tilburg en De Nieuwe Vorst zijn onlangs een overleg gestart om cultuureducatie in de klas en cultuurbezoek beter in elkaar over te laten vloeien. Dit overleg kan naar wens worden verbreed met andere instellingen.

    Zowel vanuit het onderwijs als vanuit de cultuurpodia wordt de behoefte aan een podium in het stadsdeel onderstreept. Eindvoorstellingen van het Beatrixcollege worden nu opgevoerd in Jan van Besouw in Goirle, terwijl deze een uitgelezen kans vormen om de betrokkenheid bij de eigen omgeving te versterken. Een zaal met 350-400 stoelen biedt cultuurpodia bovendien de mogelijkheid meer schoolvoorstellingen te programmeren. Omdat de vraag nu groter is dan het aanbod, zouden hiermee scholen uit de hele gemeente naar de Reeshof getrokken kunnen worden.

    Ook in de buitenschoolse opvang kan veel meer met cultuur worden gedaan. Binnenkort gaat een cultuur-BSO van start, waar opvang en kunstonderwijs op één locatie worden aangeboden. Dankzij de inzet van de kwartiermaker hebben partners uit het onderwijs, ContourdeTwern en Factorium elkaar gevonden. In de binnenstad bestaat al een cultuur-BSO; daar maken vooral mensen gebruik van die al veel aan cultuur doen. In de Reeshof biedt een cultuur-BSO juist kansen nieuwe mensen in aanraking te brengen met cultuur.

    Voor een goede spreiding van aanbod over de Reeshof kan gebruik worden gemaakt van het meerjarig integraal huisvestingsplan voor onderwijs en kinderopvang dat momenteel in opdracht van T-Primair wordt opgesteld en naar verwachting in 2020 wordt opgeleverd. De eerste inventarisatie, gemaakt door Mevr. A. Stephanus, hebben we als informatiebron gebruikt. Ook willen we aansluiten bij de ‘kantinetour Reeshof’, daar waar het primair onderwijs elkaar in de Reeshof inhoudelijk opzoekt. Uit deze ‘kantinetour’ ontstaan ook meer lokale clusters met specifieke vragen en wensen. Ook daar willen we bij aansluiten.

    Samenvattend

    Culturele initiatieven, sociale partners, onderwijspartners en culturele instellingen: allemaal staan ze in de startblokken om aan de slag te gaan en te onderzoeken hoe onderling de slimste verbindingen te leggen zijn. Her en der is al een begin gemaakt. Het lijkt een kwestie van facilitering om cultuur in de Reeshof te laten groeien en bloeien.

    3. Ambitie

    Missie

    We streven naar een culturele infrastructuur in de Reeshof die toekomstbestendig is en gedragen wordt door een breed netwerk van partners uit het culturele, sociale en onderwijsdomein. Met en via deze partners bereiken we een zeer divers publiek, maken we optimaal gebruik van de krachten van cultuur en werken we toe naar een naadloze aansluiting op de stedelijke infrastructuur.

    Cultuur op maat

    In het bepalen van de focus en het ontwikkelen van aanbod werken we vraaggericht: de behoefte van bewoners is leidend, van daaruit helpen we tot passend aanbod te komen. We streven naar cultuur op maat: het juiste aanbod voor de juiste groep op de juiste plek.

    In de culturele infrastructuur onderscheiden we drie niveaus:

    • Niveau van buurt en wijk. Samen met maatschappelijke en onderwijspartners bieden we cultuur dicht bij huis aan. Met name in de wijken met urgente maatschappelijke opgaven laten we mensen op laagdrempelige wijze kennismaken met cultuur, en werken we via cultuur aan ontmoeting, talentontwikkeling, sociale samenhang en verbinding met de eigen leefomgeving. De focus ligt op jongeren en op ouderen, en op actieve cultuurparticipatie. Wat locaties betreft sluiten we zoveel mogelijk aan bij natuurlijke knooppunten in de wijk, zoals scholen of indien aanwezig zorginstellingen.
    • Niveau van het stadsdeel. Op een centrale plek in de Reeshof realiseren we een podium. Dit vormt het culturele hart van het stadsdeel. Hier vinden wijkproducties plaats, zoals de eindmusical van scholen, hier hebben bestaande en nieuwe culturele initiatieven hun thuis of uitvalsbasis en dit is de plek waar de stedelijke podia ‘instapprogramma’ aanbieden. Dit Reeshofpodium vormt een belangrijke schakel in de culturele keten van de stad: het is de stapsteen tussen de eerste kennismaking met cultuur dicht bij huis en het culturele aanbod in de binnenstad. Het Reeshofpodium is ook de plek voor het netwerk van betrokkenen om elkaar tegen het lijf te lopen, samenwerkingspartners te vinden en van daaruit tot kruisbestuiving te komen.
    • Niveau van de stad. In de binnenstad is de volgende stap in de ‘culturele loopbaan’: de geïnteresseerde cultuurliefhebber vindt hier een zeer breed aanbod met voor elk genre de beste faciliteiten.

    In dit plan richten we ons op de eerste twee niveaus, waarbij we de samenwerking met de stedelijke partners voortzetten om tot een optimaal samenspel te komen.

    4. Plan van aanpak

    We stellen een werkorganisatie voor die de komende jaren als aanjager en smeermiddel gaat fungeren. Deze gaat zich richten op het ontwikkelen van de voor de culturele infrastructuur benodigde ‘software’ en ‘hardware’. Onder de software verstaan we het netwerk om ambities te verbinden en samen te programmeren. Onder de hardware verstaan we de benodigde accommodaties.

    Op het niveau van buurt en wijk is vooral een investering in uren van belang. Per wijk wordt gekeken waar de meeste behoefte aan bestaat en wat de beste kansen biedt. Met het koppelen van projecten het bij elkaar brengen van vraag en aanbod kunnen grote stappen worden gezet. Waar van meerwaarde kunnen cultuuraccommodaties met kleine aanpassingen in bestaand vastgoed worden gerealiseerd, of door een aantal spelers samen tot stand worden gebracht. Denk aan de combinatie BSO en kunstonderwijs of een buurthuiskamer met zowel maatschappelijk als cultureel aanbod.

    Op stadsdeelniveau is de afhankelijkheid van een flinke investering in hardware veel groter. Om in het beoogde Reeshofpodium tot een optimale combinatie van functies, een samengaan van organisaties en een sluitende exploitatie te komen, is vervolgonderzoek nodig. Op het vlak van software zijn op korte termijn al stappen te zetten. Sterker nog: netwerkvorming tussen culturele initiatieven en stedelijke podia is noodzakelijk om tot een gedragen plan voor hardware te komen. Een Reeshofpodium is geen doel op zich, maar volgt uit een inhoudelijke behoefte.

    Werkorganisatie

    De werkorganisatie die we voor ons zien bestaat uit drie uitvoerenden, ieder met hun eigen opdracht en speciale aandacht voor één van de domeinen. Binnen dit domein, en tussen de domeinen, leggen zij zowel horizontaal als verticaal verbanden. Horizontaal tussen betrokken spelers en partijen in de Reeshof, en verticaal tussen de Reeshof en de stedelijke podia en steunorganisaties.

    Op het onderwijsdomein legt zich de cultuurcoach (1 FTE, 4 jaar) toe. Deze functie is onderdeel van een al geplande vierjarige pilot. Een van de drie cultuurcoaches richt zich op de Reeshof. De cultuurcoach is de spil tussen scholen in de Reeshof en culturele aanbieders van buurt- tot stadsniveau. Hij of zij brengt vraag en aanbod samen. De functie valt onder de verantwoordelijkheid van CiST en Factorium. Deze organisaties sturen op kwaliteit, delen knowhow en leggen verbanden met de twee andere cultuurcoaches.

    Op het sociale domein legt zich een cultuuraanjager (0,4 FTE, 4 jaar) toe. Het betreft een nieuwe functie, die vergelijkbaar is met die van de huidige cultuuraanjagers in de Kruiden- en Kleurenbuurt en in Goirke-West/Hasselt. De cultuuraanjager is de spil tussen sociale/wijkpartners en culturele aanbieders, legt nieuwe verbindingen en versterkt bestaande. De cultuuraanjager jaagt cross-overs en domeinoverschrijdend programma aan. De bestaande cultuuraanjagers vallen onder de verantwoordelijkheid van Art-fact. Voorstel is ook de cultuuraanjager in de Reeshof via Art-fact aan te stellen. Art-fact is hiertoe bereid en kan, net als CiST/Factorium voor de cultuurcoach, sturen op kwaliteit, knowhow delen en verbanden leggen met de andere twee cultuuraanjagers. Om aan te sluiten bij de pilot van de cultuurcoach is gekozen voor een looptijd van in ieder geval twee jaar.

    Op het culturele domein legt zich een kwartiermaker toe (freelance, 18 maanden). Het betreft een nieuwe functie. De kwartiermaker heeft een verbindende functie tussen de culturele spelers op buurt-, wijk- en stadsniveau. Daarnaast coördineert de kwartiermaker het cluster van uitvoerenden. Ook het vervolgonderzoek om tot passende accommodatie te komen leggen we bij de kwartiermaker neer. De opdracht van de kwartiermaker is daarmee meerledig:

    • Verbindt culturele initiatieven uit de Reeshof onderling, om tot samenwerking, afstemming en professionalisering te komen.

    • Levert op basis hiervan een communicatieplan op.

    • Sluit het culturele programma in de Reeshof zo goed mogelijk aan op stedelijke aanbod, en andersom.

    • Coördineert het uitvoeringscluster.

    • Bereidt met partners aanpassingen/totstandkoming vastgoed voor. Haalt vraag op, vormt allianties, analyseert de eerste ervaringen met domeinoverschrijdend werken en stelt op basis daarvan een advies op met PvE en aanbevelingen voor de toekomstige organisatiestructuur.

    We stellen voor de rol van de kwartiermaker na 18 maanden te herzien. Wanneer het vervolgonderzoek naar passende accommodatie is afgerond, kan deze rol bijvoorbeeld evolueren tot die van een cultuurregisseur. De voorbereidingen van een podium wordt dan overgedragen aan andere spelers (architect, aannemer etc.). De kwartiermaker wordt onder Stichting Wijkraad Reeshof aangesteld, waarbij een breed samengestelde stuurgroep voor de inhoudelijke sturing zorgt.

    De stuurgroep is een onbezoldigde kerngroep van direct betrokken spelers en bestaat uit vertegenwoordigers uit onderwijs, woningcorporaties, stedelijke culturele instellingen, wijkraad en welzijnswerk. Deze partijen stellen projectplannen en begrotingen op hoofdlijnen vast, sturen op effectieve inzet van cultuur, delen hun netwerk, betrekken hun achterban en borgen met hun expertise en diverse achtergrond de integraliteit. Gemeente Tilburg schuift bij het overleg aan.

    Op termijn kan de stuurgroep uitgroeien tot rechtspersoon met een bestuur dat is samengesteld uit bestaande organisaties. Gezamenlijk nemen deze de verantwoordelijkheid op zich voor de cultuuropdracht in de Reeshof. In de Noordkade in Veghel is voor een vergelijkbare constructie gekozen. Voor een rechtspersoon is het eenvoudiger fondsen en subsidies te werven. Tot het zo ver is kan één van de deelnemende organisaties namens de groep als penvoerder optreden.

    Het organisatiemodel ziet er als volgt uit:

    Leidende rol is weggelegd voor bewoners, culturele initiatieven en organisaties die zich betrokken voelen bij cultuur in de Reeshof. De trekkersrol is voor het uitvoeringscluster, waarbij de kwartiermaker coördineert. De aanjagers worden aangesteld en bijgestaan door CiST/Factorium, Art- Fact en Stichting Wijkraad Reeshof en leggen daaraan verantwoording af. Wijkraad Reeshof belegt de inhoudelijke sturing bij een stuurgroep. Gemeente Tilburg bepaalt als subsidiegever de kaders.

    Overleg

    De drie uitvoerenden hebben onderling intensief overleg om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de aanpalende domeinen en waar mogelijk verbindingen te leggen. Met de stuurgroep is 10 tot 12 keer per jaar overleg. De kwartiermaker koppelt, mede namens de andere uitvoerenden, 2 maal per jaar terug aan Gemeente Tilburg.

    Werkbudget

    Het uitvoeringscluster beschikt over een werkbudget dat vergelijkbaar is met dat van de twee huidige cultuuraanjagers in Tilburg. Dit bedrag kan worden aangevuld met bijdragen van partners, fondsen en subsidies. Overwogen kan worden de Reeshof Cultuurt-middelen (circa € 50.000 per jaar) toe te voegen aan het werkbudget van het uitvoeringscluster onder auspiciën van de kwartiermaker, met als doel tot integraliteit in de beoordeling van alle investeringen in de culturele infrastructuur van de Reeshof te komen. Een alternatief is hierover werkafspraken te maken. De kwartiermaker doet binnen zijn op te leveren advies een voorstel voor de toekomstige rol van Reeshof Cultuurt.

    Communicatie

    Tijdens de rondetafelgesprekken kwam verschillende keren de behoefte aan een centraal ‘kanaal’ voor de culturele activiteiten aan de orde. Communicatie binnen de Reeshof kan samen met Reeshof&Co worden opgepakt. Reeshof&Co werkt aan een website waarop initiatiefnemers zelf aanbod kunnen plaatsen. Een filter geeft een snel overzicht van de culturele agenda. Een aantal culturele activiteiten is ook voor publiek van buiten de Reeshof interessant. Citymarketing Tilburg wil zich inspannen voor twee campagnes: één om Reeshofbewoners te informeren over cultureel aanbod in de binnenstad, en één om de rest van Tilburg te informeren over aanbod in de Reeshof. Om de communicatie op buurt-, stadsdeel- en stadsniveau te stroomlijnen levert de kwartiermaker een communicatieplan op.

    Software

    Zodra de werkorganisatie staat, gaat deze aan de slag met het ontwikkelen van software. Elke uitvoerende legt binnen zijn aandachtsgebied contact met betrokkenen, start eventueel een werkoverleg en bepaalt een focus. De uitvoerenden maken een activiteitenplan op hoofdlijnen en ontwikkelen dit stapsgewijs. Er blijft ruimte om bij te sturen, in te spelen op de actualiteit en te leren van ervaringen.

    De rol van het uitvoeringscluster is faciliterend en stimulerend: mensen en partijen worden bij elkaar gebracht, met raad en daad bijgestaan en ondersteund bij het zoveel mogelijk zelf, of samen, realiseren van cultureel programma. De uitvoerenden kijken vanuit een helikopterview mee, leggen onderlinge verbanden en bereiden beleid op de langere termijn voor. Vraaggericht en in co-creatie werken is het uitgangspunt. Het werkbudget dient als impuls.

    De drie uitvoerenden onderhouden niet alleen contact met de betrokkenen die we nu op het netvlies hebben, maar breiden hun netwerk stapsgewijs uit. Zij leggen bijvoorbeeld contact met de publiekswerkers van de cultuurpodia, met de jeugdraad die wordt opgestart, met bedrijven in en rond de Reeshof, zorgaanbieders, bewonersnetwerken en wijkambassadeurs. Om ervoor te zorgen dat alle bewoners mee kunnen praten en doen worden tweemaal per jaar werkbijeenkomsten georganiseerd waarin steeds andere groepen worden aangesproken.

    Hardware

    Eén van de opdrachten van de kwartiermaker is het uitvoeren van vervolgonderzoek naar passende accommodatie. Daarin worden zowel het centrale podium als de plekken voor buurtcultuur meegenomen. Het belang van een plek is niet te onderschatten. Een plek waar mensen zich thuis voelen, graag willen zijn en elkaar willen ontmoeten bepaalt het succes van programma in hoge mate. Kijk bijvoorbeeld wat voor aantrekkingskracht de LocHal heeft op het publiek. Bij de uitwerking vereist het afstemmen van ruimtes op specifieke gebruikersgroepen bijzondere aandacht.

    Voor de buurt- en wijkaccommodaties geldt het volgende:

    • Niet elke wijk heeft een fysieke locatie nodig. We denken aan een realisatie van 4 of 5 punten, variërend in omvang van een buurthuiskamer met af en toe cultureel aanbod tot een cultuur-BSO.
    • De keuze voor locaties wordt gemaakt met behulp van het meerjarig integraal huisvestingsplan voor onderwijs en kinderopvang dat in opdracht van T-Primair wordt opgesteld.
    • Bij de invulling van locaties is de behoefte uit de wijk leidend, maar wordt ook rekening gehouden met diversiteit en spreiding in het totale aanbod. 
    • Om de exploitatiekosten laag of nihil te houden, is een bundeling van partners en functies noodzakelijk.
    • Investeringskosten blijven beperkt en worden in eerste instantie door partners opgebracht.

    Voor het Reeshofpodium geldt het volgende:

    • Tot de benodigde faciliteiten behoren in ieder geval een goed geoutilleerd podium met een zaal voor 350-400 mensen. Idealiter is een deel af te scheiden zodat je er ook met 90-120 mensen prettig kunt zitten.
    • Programmering moet tot stand komen in samenwerking en in afstemming met de stedelijke podia. Zij zijn daarin geïnteresseerd en zien hiervoor goede mogelijkheden.

    • Om de exploitatiekosten reëel te houden moet een podium worden ontwikkeld in samenhang met andere functies, het liefst zodanig dat functies verregaand worden geïntegreerd, ruimtes worden gedeeld en organisatie-overstijgend wordt gewerkt om ook écht tot kruisbestuiving te komen. Functies waaraan kan worden gedacht: bibliotheek, wijkcentrum, zalencentrum, grand café, leslokalen, oefenruimtes, expositieruimte etc.

    • Het element horeca verdient daarbij bijzondere aandacht, omdat mensen van hun cultuurbezoek een uitje willen maken. In de binnenstad is hiervoor voldoende horeca aanwezig. In de Reeshof is juist bijzonder weinig horeca. Mogelijk wil een ondernemer instappen. Bij vervolggesprekken wordt Horeca Nederland betrokken.
    • Tijdens de rondetafelgesprekken zijn meerdere mogelijke locaties genoemd. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat de beste optie is.

      Voor alle cultuuraccommodaties, zowel op buurt- als stadsdeelniveau, geldt dat betrokkenheid van partners uit andere domeinen onontbeerlijk is. Het is aan de kwartiermaker de beste allianties te vormen en afspraken te maken. Voor accommodaties op beide niveaus geldt bovendien dat deze er een kritische massa aan afnemers en aanbieders nodig is om tot een haalbare exploitatie te komen.

      Fasering

      Voor de kleinschalige locaties kan na het eerste half jaar al tot de eerste actie worden overgegaan. Voor het Reeshofpodium is meer tijd nodig. Verwacht wordt dat de kwartiermaker na zes maanden een inhoudelijk kader met partners, locatie en globaal Programma van Eisen kan overleggen. Op basis daarvan kan een architectenbureau een eerste schets maken en kunnen de gesprekken met de gemeente worden gestart over de financiële kaders en het inregelen van het budget.

      5. Planning

      6. Conclusie

      Voor een levendige culturele infrastructuur die op vele schouders rust zien we in de Reeshof uitgelezen kansen. Om dóór te kunnen met het ontwikkelen van de benodigde software en hardware vragen we Gemeente Tilburg om het volgende:

      • Eenmalige aanvullende subsidie voor Wijkraad Reeshof om een opdracht met een looptijd van 18 maanden te kunnen verstrekken aan een kwartiermaker.

      • Eenmalige aanvullende subsidie aan Art-fact om vier jaar lang een cultuuraanjager (0,4 FTE) aan te kunnen stellen en deze een passend werkbudget mee te kunnen geven.

      • Toe te zien op werkafspraken met Art-fact en CiST/Factorium om de cultuuraanjager en cultuurcoach in de constructie van een uitvoeringscluster samen met en onder aanvoering van de kwartiermaker op te laten trekken. Zij zijn hiertoe in beginsel bereid.